
Op 04-04-2017 was mijn werk ‘ Kunst van de dag’ , het werk werd gekozen door Benno Tutein Nolthenius en hij schreef er een mooi stuk over op zijn Kunstwebsite Galeries.nl
Een website waar ik graag zo af en toe eens op kijk en waar ook de komende tentoonstellingen van Kunst in Nederland op vermeld staan.
04-04-2017 my work was chosen as ‘Art of this day ‘ by Benno Tutein Nolthein on Galeries.nl , you really should visit http://www.galeries.nl it is a wonderful website with lots of information of , and a view on, Dutch art .
Hereby the weblink to the motivation and the full article: please visit because there are some more photographs added there by Benno Tutein Nolthenius, an interesting view.
http://www.galeries.nl/motivatie.asp?idnr=213632&gastnr=0&sessionti=530481870

Beeld dragers, 2017, 500 cm x 250 cm
CD’s als beelddrager. Voor iedereen is dat nog bekend. Op een ouderwetse CD past circa 600 Mb aan informatie. Op DVD’s is dat al gauw 4 Gb. De vorm waarin deze CD’s op de wand zijn geplaatst, doet me denken aan ponsband.
Ik ben al zou oud dat ik nog ponsband en ponskaart heb meegemaakt. Mijn eerste ervaring was in 1969 met een IBM. Een computerprogramma bestaat simpelweg uit een reeks van opdrachten die in de juiste volgorde moeten worden uitgevoerd. Het is net als bij een recept of een routeaanduiding. Als je de volgorde van de instructies verwisselt, krijg je andere of zelfs hopeloze resultaten. Denk maar aan: eerste straat linksaf en dan derde straat rechtsaf versus derde straat rechtsaf en dan eerste straat linksaf. Voor je het weet lig je in de gracht.
Elke computerregel werd geponst op een kaart. De volgorde van die kaarten moest je dus angstvallig bewaken. Ze werden namelijk niet genummerd. Als je per ongeluk een hele stapel op de grond liet vallen, dan was het een hels of zelfs onmogelijk karwei om de stapel weer te ordenen. De kaarten werden keurig op volgorde in een doos gelegd of met een elastiek bij elkaar gehouden. Om die reden werd van een goed werkend programma soms met een gekleurde viltstift een schuine streep op de hele bovenkant getekend. Mocht de stapel kaarten vallen, dan kon je dankzij de kleur toch nog de volgorde herleiden. De standaard ponskaart had ruimte voor maximaal 80 karakters door middel van rechthoekig geponste gaatjes. De ponsband met ronde gaatjes zat op een rol en kon dus veel meer karakters en opdrachten bevatten. De volgorde kon je echter niet meer wijzigen. Bij een stapel ponskaarten kon je eenvoudig een aantal kaarten tussenvoegen of vervangen.

Dit werk van Inge Schenke is dus een dubbele vorm van informatiedrager: én ponscode (macro-blik) én CD (micro-blik). Ik neem aan dat u nu kijkt met uw macro-bril, maar dat u het desondanks niet kunt decoderen. Waarschijnlijk is het ook voor Inge betekenisloos.
Chinese of Japanse tekens, hiërogliefen e.d. zijn voor mij abacadabra, maar ik vind ze wel mooi. Hoe lang je er ook naar kijkt, het blijft onbegrijpelijk wat er staat. Daar heb je toch hulpmiddelen voor nodig, bijvoorbeeld een codetabel, een woordenboek of een steen van Rosetta. Het is alsof je voor een ravijn staat. Ook in dat geval heb je van alles nodig om de kloof te overbruggen.
© Copyright 2017: Benno Tutein Nolthenius.